Australië

 

Australië dankt haar wijnbouw aan de Engelsen. 
In 1788 plantte kapitein Arthur Phillip de eerste druivenstokken in de buurt van Sydney. Druivenplantjes waren een onderdeel van de vracht toen de eerste vloot in Australië arriveerde. De stekjes kwamen uit Zuid-Afrika en Brazilië en waren aan boord gebracht tijdens tussenstops bij Kaap de Goede Hoop en Rio de Janeiro. Toch heeft het tot de jaren zestig van de twintigste eeuw geduurd voordat de interesse voor (droge) wijn goed op gang kwam. Tot dan toe dronk de Australische bevolking liever bier en versterkte wijn. 

Bijzonder van Australië is dat druiventeelt en wijnbereiding behoorlijk sterk gescheiden zijn. De wijnbereiding vindt vaak plaats in de buurt van de grote steden. Veel Australische wijnproducenten kopen druiven in van wijngaarden die soms honderden of zelfs duizend kilometer ver weg liggen. De druiven worden gekoeld vervoerd naar het bedrijf waar de vinificatie plaatsvindt.

De meeste Australische wijnboeren en wijnmakers worden niet gehinderd door traditionele opvattingen. Ze zien het verbouwen van druiven en het maken van wijn als een technologisch proces dat zo verantwoord mogelijk moet verlopen. De meeste wijnmakers hebben dan ook een academische opleiding. Ze krijgen ondersteuning van het Australian Wine Research Institute (AWRI), het belangrijkste onderzoeks¬instituut voor de wijnindustrie. 

De opzet van de Australische wijnindustrie verschilt sterk van die in bijvoorbeeld Frankrijk. De wijn¬gebieden zijn eigenlijk verschillende afdelingen van een grote wijnfabriek, die ieder op afroep het onderdeel kunnen leveren dat de fabriek nodig heeft. Vier bedrijven leveren 80 procent van de totale Australische wijnproductie. Ter vergelijking: de vier grootste bedrijven van Frankrijk verzorgen minder dan 8 procent van de totale productie. 

Klimaat 

Australië is een zeer uitgestrekt land, net zo groot als het vasteland van de Verenigde Staten (Alaska niet meegerekend). Hierdoor zijn de klimatologische om¬standigheden in Australië zeer gevarieerd: ze kunnen uiteenlopen van droog en heet in het noorden, tot gematigd en koel in het zuiden. Omdat Australië het droogste continent op aarde is, zou wijnbouw zonder goed waterbeheer er onmogelijk zijn. Drip irrigation (druppelirrigatie) wordt daarom veel toegepast: water wordt druppelsgewijs en vaak computergestuurd naar de wijnstokken geleid. Boven¬dien worden de druiven al in de wijngaard gecontroleerd: de wijnmakers weten wat er binnen gaat komen en kunnen de vinificatie daarop afstemmen. 

Het succes van de Australische wijnen berust echter niet alleen op de bekwaamheid van de wijnboeren, maar ook op de diepgaande kennis van het vinificatieproces. 

Druivensoorten 

Bijna 40 procent van de Australische wijnen is wit. Druivenrassen als Chardonnay, Sauvignon blanc, Rhine Riesling en Sémillon hebben de productie¬druiven zoals Muscat Gordo blanco verdrongen. Iets meer dan 60 procent is rood. Vroeger waren de Grenache en Mourvèdre (Mataro) de belangrijkste blauwe rassen. Tegenwoordig is de Shiraz (Syrah) de belangrijkste druif van Australië: ongeveer een kwart van alle Australische druiven behoort tot de Shiraz. De Cabernet Sauvignon is met 19 procent van de aanplant de tweede druif van het land. Dan volgt de Chardonnay met 14 procent. In mindere mate komen Merlot en Pinot noir voor.