Californië

 

De staat Californië is verreweg de belangrijkste staat voor de Noord-Amerikaanse wijnbouw. De totale aanplant van druiven in Californië bedraagt 332.355 hectare. Niet alle druiven zijn bedoeld om wijn van te maken. Californië is ook een grote producent van tafeldruiven en rozijnen. 

De belangrijkste oorzaak van het Californische succes is de aanwezigheid van de Vitis vinifera-rassen. Lang geleden werd hier al voor gekozen. In de negentiende eeuw lieten Europese immigranten stekjes van Euro¬pese rassen overkomen. In 1880 vestigde de University of California een groot researchcentrum in Berkeley, waardoor de kwaliteit van de Californische wijn verder toenam. De beroemde wijnbouw- en oenologie-afdeling aan de universiteit van Californië in Davis is hieruit voortgekomen. 

Hoewel Californië dus al vrij lange tijd bezig is met wijnbouw, de professionalisering ervan en onderzoek, is het pas sinds 1960 echt in opkomst. In 1966 bouwde Robert Mondavi zijn ambitieuze winery in Oakville, in de Napa Valley. Deze winery beschouwt men als het begin van een nieuw tijdperk, waarin de Californische wijnbouw enorm tot ontwikkeling is gekomen. 

Net als in de rest van de VS duurt deze ontwikkeling nog steeds voort. Tussen 1995 en 2005 is zowel het opper¬vlak aan wijngaarden als de productie bijna verdubbeld. In 2005 was het wijngaardareaal bijna 200.000 hectare met een productie van 26 miljoen hectoliter. Deze stijging is vooral te danken aan de toe¬name van blauwe druivenrassen, die in hectoliters meer dan verdubbeld zijn. Vooral bij de Cabernet Sauvignon, Merlot, Zinfandel, Pinot noir en Syrah is er een grote toename te zien. Bij de witte druiven¬rassen is de Chardonnay sinds 1992 steeds meer aangeplant. De Colombard en Chenin blanc worden daar¬entegen steeds minder gebruikt. 

Klimaat 

Californië heeft een ideaal klimaat en veel landschappen met uiteenlopende microklimaten. Het klimaat varieert van subtropisch tot maritiem. In het enorme landbouwgebied doen allerlei gewassen het goed, waarvan de druif er slechts één is. Een van de droogste en laagste plekken op aarde is Death Valley. Tegelijker¬tijd heeft Californië hoge bergtoppen met eeuwige sneeuw, zoals Mount Whitney. 

De Central Valley is het belangrijkste landbouwgebied. Deze vruchtbare vallei beslaat een groot deel van Midden-Californië en ligt in de beschutting van bergketens in het oosten en westen. De rivieren zorgen hier voor voldoende water. Er komen vooral bulkwijnen vandaan. 

De meeste kwaliteitswijnen van Californië komen van de wijngaarden in het kustgebied, ten noorden en ten zuiden van San Francisco. De invloed van de zee zorgt hier voor neerslag en verkoeling, en veel interessante microklimaten. 

Druivensoorten 

De aanplant van blauwe rassen is in de afgelopen tien jaar sterk toegenomen, vooral van de Cabernet Sauvignon en de Merlot. Ongeveer 60 procent van de aanplant in Californië bestaat uit blauwe druiven. 
In 1992 was dat nog 45 procent. 

Hoewel de witte rassen nu dus in de minderheid zijn, is de Chardonnay nog altijd het meest aangeplante druivenras. Net als de Pinot noir wordt die druif gebruikt voor goede, mousserende wijnen, gemaakt op de traditionele manier. Californië heeft ook een ‘eigen ras’: de Zinfandel. Het is een blauw ras dat geschikt is voor allerlei wijntypen: van heel lichte, enigszins zoete rosé (‘pink wines’) tot zeer krachtige en zware rode wijnen met soms meer dan 15 procent alcohol. In Italië heet deze druif Primitivo.