Duitsland

Van alle grote wijnbouwgebieden ter wereld ligt Duitsland het meest noordelijk: de Duitse wijngaarden liggen rond de 50e breedtegraad. De gemiddelde jaartemperatuur schommelt rond 10°C. De wijngaarden liggen dus op de grens van het gebied waar wijnbouw mogelijk is. Baden, het meest zuidelijke Duitse wijngebied, ligt ter hoogte van het noordelijkste wijnbouwgebied in Frankrijk, de Elzas. Deze noordelijke ligging heeft gevolgen voor de wijnbouw:

Er is veel aandacht voor het suikergehalte van de druif. Dat suikergehalte speelt een belangrijke rol in een extra kwaliteitssysteem in de wijnwetgeving: de Qualitätswein mit Prädikat (QmP) of Prädikatswein.

Er is veel onderzoek naar de ontwikkeling van druivenrassen die gemakkelijker rijp worden. Een voorbeeld van zo’n druivenras is de Müller-Thurgau. Om¬dat hij een goed resultaat in koele gebieden geeft, staat er veel Müller-Thurgau in Duitsland en Noord-Italië. Andere voorbeelden van nieuw gekweekte rassen zijn de Scheurebe, Kerner en Dornfelder. 

Er is veel aandacht voor vinificatietechnieken, waarmee prettig drinkbare wijnen zijn te maken in koele of natte jaren, of jaren waarin de vorst op een ongunstig tijdstip plaats vond. 

De druiven leveren frisse, fruitige wijnen op met veel opwekkende zuren. Er komen weinig logge, zware en alcoholrijke wijnen uit Duitsland. Dat verklaart ook de interesse voor het werken met zoet. In de smaak van Duitse wijnen wordt het zuur namelijk niet gecompenseerd door alcohol; zoet is het enige alternatief. 

Veel wijnen hebben fruitaroma’s. In de vinificatie is alles erop gericht om die fruittonen te bewaren. Duitse producenten passen veel minder hout¬rijping toe dan wijnmakers in andere landen.Duitse wijnen kunnen /mogen een laag alcohol¬gehalte hebben. 

Duitsland heeft dertien herkomstgebieden (Anbaugebiete) vastgesteld. De meeste wijngebieden liggen langs de Rijn en zijn zijrivieren: Ahr, Moezel, Nahe, Main en Neckar. Deze rivieren hebben een positieve invloed op het microklimaat: 

De rivier werkt als een spiegel en straalt zo extra warmte op de wijngaarden. De meeste hellingen langs de rivieren zijn steil, waardoor de invalshoek van de zon gunstiger is. In het najaar trekt uit de rivier een nevel op, die de druiven tegen vroege vorst beschermt. Bovendien is deze nevel gunstig voor de ontwikkeling van de edele rotting (Edelfäule).